|
|
 |
|
|
 |
 |
 |
|
Kwelderrug :
- Het dorp Wierum is ontstaan op een kwelderrug of kustwal. De eerste bewoning van dergelijke kwelderruggen dateert van ca 500 v Chr. De bodem van een oeverwal bestaat uit zand, is zeer voedselrijk en goed ontwaterd. Derhalve vormt zij de basis voor wonen en akkerbouw. Op de brede kwelders achter de ruggen kwamen van natuur zilte weiden voor. Zij werden gebruikt als schapenweide en hooiland. Achter deze kwelders lagen de laagste delen, grote vlakke kommen met zware klei, slecht ontwaterd, zeer moerassig en daardoor alleen maar in gebruik als vis- en jachtgebied.

Terpen 1:
- Door versnelde rijzing van de zeespiegel die omstreeks 250 v Chr. begon, waren de bewoners genoodzaakt om terpen op te werpen om veilig en droog te kunnen wonen.
Verkaveling :
- De oorspronkelijke verkavelingsvorm rond de terpen is een onregelmatige blokverkaveling. De scheiding tussen de percelen maakte men door de aanleg van scheidingsloten. De terpbewoners bedreven landbouw, veeteelt en visserij. De ophoging van de terpen duurde tot ongeveer het jaar 1200 toen de dijkaanleg dit overbodig maakte. Na de aanleg van de dijken vond verspreiding van bewoning plaats. Vele boerderijen werden van de terpen naar het land verplaatst.
Overstromingen :
- Door verschillende overstromingen en het feit dat de dijken bij Wierum, Nes en Peazens slecht werden onderhouden is een groot deel van Wierum weggespoeld, zodat de kerk die aanvankelijk in het midden van het dorp stond nu aan de zeedijk staat. Bij werkzaamheden aan de dijk zijn later nog beenderen gevonden. Dit duidt er op dat het kerkhof vroeger groter was. De tufstenen toren van de kerk dateert uit de 12e eeuw. Het erbij behorende kerkgebouw is in 1912 verloren gegaan.
- De Allerheiligenvloed van 1570 heeft die naam gekregen, omdat hij op 1 november kwam. Die dag wordt Allerheiligen genoemd. Deze dag is in de roomse kerk gewijd aan alle heiligen. In Friesland verdronken op 1 november 1570 meer dan 2000 mensen.

Allerheiligensvloed 1570 n. Chr
- Bij het hoogwater van 22 december 1717 werd vooral de kuststrook van Friesland schade toegebracht. De binnendijken, waaronder de Slachte, hielden het grootste gedeelte van het binnenland droog. De Groninger Ommelanden waren er slechter aan toe. Tot blijvend verlies van land leidde de overstroming niet.

- Kerstvloed 1717 n. Chr
- De overstroming van 1825 is de laatste, die Friesland heeft geteisterd. De Zuiderzeedijken braken op een groot aantal plaatsen en een groot deel van de provincie kwam onder water te staan. De Pingjumer Halsband en de Slachtedijk verhinderden, dat de kleihoek van Westergo ook onder water kwam te staan.

Overstroming 1825 n. Chr
Terpen 2 :
- In de 19 eeuw werd de terp aarde afgegraven. Het uiterlijk van de terpdorpen is daardoor sterk veranderd. De kerken en boerderijen zijn op heuveltjes blijven staan. In Wierum is nog duidelijk te zien dat de kerk op een heuvel staat. (Een aardig, vermeldenswaarding gegeven is nog dat volgens een legende Wilfried, bisschop van York geland of gestrand is bij Wierum in 678 n. Chr. toen hij op weg was naar Rome. Een andere bisschop Liudger ( 742-809 ) zou in Wierum geboren zijn .) Uit dat oogpunt maakt Wierum aanspraak op een zeer hoge ouderdom. De huidige naam Liudgerstraat herinnert hieraan.

|
|