De Kerk van Wierum (Mariakerk)

 Van het hele kustgebied staat de Mariakerk van Wierum het dichtst bij de zee,  meteen achter de dijk. De kerk is omstreeks 1200 van tufsteen gebouwWierum_luchtd. In 1912  is het schip met koor vervangen door nieuwbouw, waar bij de ingebouwde toren met  gereduceerd westwerk bleef gehandhaafd. Deze westelijke partij bestaat uit  tufstenen toren met overwelfde zijruimten op de begane grond en op de  verdieping. Ze waren oorspronkelijk zowel met de toren en dus onderling, als met  het kerkschip met bogen verbonden. Binnen zijn veel van de rondbogige doorgangen  en veel gewelven, zij het deels gerepareerd of dichtgezet, nog aanwezig. Aan de  buitenzijde heeft de westelijke muur een verzwaarde middenpartij, waarin beneden  in het tufsteenwerk een brede korfboog van een oude ingang met rode baksteen is  dichtgezet en voorzien is van een smalle 15de of 16de eeuwse spitsboognis waarin  de is geplaatst. Aan weerzijde  zijn de vleugelmuren aan elke zijde  versierd met een spaarveld van verschillende hoogte dat gedekt is door een  rondboogfries. Hogerop zitten een klein rond venster en een lichtspeet.

 De zuidmuur van het westwerk wordt eveneens bekroond door een rondboogfries. Er  staat een klein, niet oorspronkelijk venster in.  De noordmuur vertoont een  vrijwel compleet spaarveld tussen lisenen en een bekroning van een rondboogfries  en hierin staat een oorspronkelijk, maar dichtgezet romaans rondboogvenster. De  torenopbouw heeft verhogingen in rode baksteen, maar aan twee zijden weer  rondboogfriezen van tuf. Aan allezijden zitten grote, rondbogige galmgaten. De  geveltoppen zijn uit 1819 en op het zadeldak staat een grote windvaan in de vorm  van een aak.  Het mogelijk naar ontwerp van A. Oosterbaan uit Ternaard  gebouwde schip heeft aan de zuidzijde een pseudotransept en aan de noordzijde  een uitgebouwde consistorie. Het schip bezit grote rondboogvensters en  rondboogfriezen onder de daklijst. De kerkruimte wordt gedekt door een houten  gewelf met trekstangen. Tegen de oostelijke sluiting staat de preekstoel met  klankbord en op de westgalerij het orgel.  220px-Toren1_Mariakerk_Wierum

 

 De bekendste windvaan met afbeelding van een schip in Friesland is die op de  zadeldaktoren van Wierum. De windvaan is buitengewoon groot (1,23 meter hoog en  1.16 meter breed). De vaan is gemaakt in de vorm van een schokkeraak.Dit type  vissersschip werd vanaf het begin van de 19de eeuw tot 1875 met name in Kuinre  gebouwd voor Dongeradeelster vissers. De windwijzer is in 1877 op de Wierumer  toren geplaatst. Toen wierum-schipde toren in 1984 werd gerestaureerd heeft de architect R.  Kijlstra hem opgemeten en getekend. Pieter Fetzes Meindertsma, boer te Wierum op  de Groote Keeg, heeft toentertijd wellicht opdracht gegeven de windvaan te  maken, Het was Gerben Elias Sikkema, grofsmid te Ferwert, die de opdracht  uitvoerde. De plaatsing van de windvaan had een merkwaardige voorgeschiedenis.  In 1831 werd de Abdijtoren van Dokkum gesloopt. Op deze toren stond een windvaan  in de vorm van een driemastvolschip. De volksmond wilde dat die iets te maken  zou hebben met kruistochten en met de verovering van Damiate in 1217 door de  kruisvaarders, waaronder Dokkumers zouden zijn geweest. Deze windvaan belandde  op de toren van Wierum waar de dorpelingen zongen: "Arme Dokkum, zo luiden de  klokken, Zij hebben verloren het schip op de toren". Tijdens een zware storm op  30 jan. 1877 waaide de windvaan van de toren, sloeg in het kerkdak en was  vernield. Bij het herstel van kerkdak en toren werd de oude windvaan vervangen  door een nieuwe in de vorm van een aak.

Kerk_plattegrond
Kerk_oud8
Kerk_oud2
De_dijk_aanbouw

Maria Kerk

  10% korting ---------> Bij 6 nachten of meer <-------- 10% Korting